De werkwijze informatie delen bij mogelijke radicalisering ondersteunt professionals in het jeugddomein. Hoe neem je zorgvuldig een besluit over het delen van informatie bij zorgen over radicalisering?

Werkwijze

1. Signalen beschrijven

Breng de signalen van mogelijke radicalisering in kaart.

  • Beschrijf de signalen zo feitelijk mogelijk: beschrijf wat je ziet, hoort of op een andere manier waarneemt.
  • Vermijd interpretaties zonder feiten ('gewelddadig', 'onveilig', 'agressief').
  • Als je een mening of veronderstelling vastlegt, scheid deze dan van de feiten. Vermeld uitdrukkelijk dat het om een mening of veronderstelling gaat en maak een vervolgaantekening als de mening of veronderstelling later wordt ontkracht of bevestigd.
  • Vermeld de bron als er informatie van een ander wordt vastgelegd.
  • Vermeld diagnoses alleen als deze zijn vastgesteld door een bevoegde beroepskracht en voor zover ze relevant zijn voor het signaleren.
  • Beschrijf ook de signalen die de mogelijke radicalisering tegenspreken.

Toelichting

Bij stap 1 leg je de signalen vast die mogelijkerwijs duiden op radicalisering. Van belang is dat je de signalen zo feitelijk mogelijk beschrijft in termen van wat je ziet of hoort. Essentieel is om de feiten niet meteen te interpreteren. Vind je het zinvol om ook een mening over de feiten te geven, dan houd je de feiten en jouw mening daarover uit elkaar.

Voor de aanpak van radicalisering en voor de taxatie van de ernst en eventuele veiligheidsrisico's is een zorgvuldige beschrijving van signalen cruciaal, evenals het uit elkaar houden van feiten en meningen over feiten. Alleen dan kan een zorgvuldig besluit worden genomen over mogelijke vervolgstappen.

  • Niet zo:
    "Niet gemotiveerd."
    Maar zo:
    "Tweemaal binnen veertien dagen niet verschenen op een afspraak zonder bericht. Wellicht motivatieproblemen?"
  • Niet zo:
    "Steeds religieuzer en trekt zich terug."
    Maar zo:
    "Draagt sinds enige weken een nikab. Voorheen spijkerbroek, T-shirt enz. met hoofddoek. Spreekt sinds enige weken regelmatig over wat wel en niet zou mogen volgens de Koran. Doet in verband met voorschriften Koran niet meer mee aan sport- en spelactiviteiten."

Signalen die radicalisering tegenspreken
Bij het beschrijven van signalen leg je ook de signalen vast die het vermoeden van radicalisering tegenspreken. Deze 'contrasignalen' zijn onmisbaar voor een goede taxatie.

Signaleringsinstrument
Als er binnen de sector een signalenlijst of signaleringsinstrument beschikbaar is, kan deze lijst of dit instrument een belangrijk hulpmiddel zijn bij het signaleren.

2. Advies vragen

Vraag advies op basis van de beschreven signalen en kom zo mogelijk tot duiding.

  • Kunnen de signalen duiden op radicalisering?
  • Zo ja, hoe worden de ernst en de veiligheidsrisico's ingeschat?
  • Doen de veiligheidsrisico's zich op korte termijn voor, of zijn ze pas later aan de orde?
  • Gelet op deze inschatting: welke vervolgstappen zijn nodig en wie zou deze kunnen zetten? Is het mogelijk om met de jongere en/of zijn ouders in gesprek te gaan, en wie zou dat kunnen doen?

De belangrijkste boodschap van deze werkwijze is: blijf niet alleen rondlopen met signalen van mogelijke radicalisering van een jongere. Vraag altijd advies als je meent dat er veiligheidsrisico's zijn vanwege de radicalisering van een jongere. Dit advies gaat ook over mogelijke veiligheidsrisico's die door het voeren van een gesprek met de jongere zouden kunnen ontstaan, zoals impulsief gebruik van geweld of het uit het zicht verdwijnen van de jongere.

Bij het vragen van advies noem je geen naam van de jongere. Ook verstrek je geen andere gegevens waaruit blijkt om welke jongere het gaat. De naam van de jongere kan alleen worden genoemd als je advies vraagt aan een collega die ook direct betrokken is bij dezelfde behandeling, dezelfde jeugdhulp, of hetzelfde onderwijs aan de jongere. Zo kan een therapeut advies vragen aan een ander lid van het behandelteam van de jongere, een docent bij een zorgcoördinator of intern begeleider, een jongerenwerk bij een teamleider, een maatschappelijk werker bij een praktijkbegeleider, en een jeugdverpleegkundige bij een jeugdarts. Is er een aandachtsfunctionaris radicalisering binnen de organisatie, dan wordt in ieder geval ook aan hem advies gevraagd, op basis van anonieme gegevens.

Het advies leidt altijd tot een besluit, zoals:

  • Geen vervolgstappen.
  • Nog geen vervolgstappen, maar wel extra aandacht voor mogelijk nieuwe of andere signalen.
  • Iemand van de organisatie gaat in gesprek met de jongere om hem zo mogelijk toe te leiden naar passende hulp.
  • Er wordt meer advies gevraagd, bijvoorbeeld bij de vertrouwensinspecteur in het onderwijs, het Veiligheidshuis, de politie, de ambtenaar openbare orde en veiligheid of andere experts. Dit advies wordt zo gevraagd dat de jongere niet herkend kan worden door de adviesgever.

De uitkomsten van het advies leg je vast in zijn dossier.

Toelichting

In veel gevallen heb je al met de jongere gesproken over de signalen en zorgen, en vraag je daarna advies. In dat geval is de volgorde van stap 2 en 3 andersom. De werkwijze biedt echter de ruimte om eerst advies te vragen voordat je (verder) met de jongere in gesprek gaat. Dat is vooral van belang als je voorafgaand aan het gesprek behoefte hebt aan duiding van de signalen of aan overleg over de wijze waarop je het gesprek kunt aangaan.

Advies bij wie?
Vooral als de organisatie nog niet veel met radicalisering van jongeren te maken heeft gehad, is het niet altijd duidelijk bij welke externe instelling advies kan worden gevraagd. Platform JEP is goed thuis in de organisatie van de aanpak van radicalisering in de verschillende regio's, en kan je adviseren waar je binnen de regio om advies kunt vragen.

3. Gesprek met jongere en/of ouders

Bespreek de signalen met de jongere en/of zijn ouders.

  • Leg het doel van het gesprek uit.
  • Beschrijf de signalen en de zorgen.
  • Vraag om een reactie.
  • Kom pas na deze reactie met je vervolgstappen, of, als deze nog niet duidelijk zijn, zeg toe dat er nog contact zal zijn over mogelijke vervolgstappen.

Gesprek met de gezaghebbende ouders
Is een jongere nog geen 16 jaar oud, dan geldt als hoofdregel dat je ook een gesprek met zijn gezaghebbende ouders voert over de signalen. Bij jongeren vanaf 16 jaar geldt als hoofdregel dat de jongere toestemming moet geven om met zijn ouders over hem te spreken.

Toelichting

Openheid richting jongere is een grondhouding van professionals in het jeugddomein. Daarom geldt dat je eerst met de jongere spreekt over de signalen en de zorgen en er daarna pas mee naar buiten treedt. Het verdient de voorkeur dat de professional die contact heeft met de jongere en de mogelijke radicalisering signaleert, zelf het gesprek aangaat. Maar er kunnen goede redenen zijn om dit gesprek samen te voeren of dit door een ander te laten doen, bijvoorbeeld door de zorgcoördinator van school of de teamleider van het jongerenwerk.

Bij signalen van radicalisering is het soms niet mogelijk om een gesprek met de jongere te voeren. Zo kunnen er in bijzondere gevallen risico's ontstaan voor de veiligheid van de professional of die van de jongere en zijn gezinsleden, of risico's op (al dan niet overhaast) gebruik van geweld of het uit het zicht verdwijnen van de jongere. Het gesprek met de jongere en/of zijn ouders kan alleen worden overgeslagen als er aanwijzingen zijn dat dit gesprek te grote veiligheidsrisico's met zich meebrengt.

Gezaghebbende ouders
Als een jongere nog geen 16 jaar oud is, geldt als hoofdregel dat je ook een gesprek met zijn gezaghebbende ouders voert over de signalen. Ook voor dit gesprek geldt dat deskundig advies nodig is om te beoordelen of dit gesprek in verband met de veiligheidsrisico's mogelijk is. Lijkt dat het geval, dan wordt er een gesprek met de gezaghebbende ouders gevoerd, tenzij je meent dat het in strijd zou zijn met jouw goede zorg ten opzichte van de jongere om dit gesprek met de ouders aan te gaan. Bij jongeren vanaf 16 jaar geldt als hoofdregel dat de jongere toestemming moet geven om met zijn ouders over hem te spreken. Meen je dat het vanwege de veiligheid van de jongere of van anderen noodzakelijk is om met de ouders in gesprek te gaan, dan kan je beslissen om toch met de ouders te spreken, ook al ontbreekt daarvoor de toestemming van de jongere.

4. Risico's taxeren

Beschrijf op basis van alle informatie van de stappen 1, 2 en 3 zo concreet mogelijk de veiligheidsrisico's, maak een inschatting van de ernst daarvan en beoordeel of de risico's op korte termijn of pas later aan de orde zijn.

Toelichting

De stappen 1, 2 en 3 leveren je veel informatie op. Bij stap 4 leg je deze informatie bij elkaar en maak je een inschatting van de veiligheidsrisico's. Bij het inschatten van die risico's maak je in de meeste gevallen (opnieuw) gebruik van advies. Voor een zorgvuldige afweging is het noodzakelijk om de veiligheidsrisico's zo concreet mogelijk te beschrijven.

5. Beslissen: extern informatie delen?

Beslis, op basis van de concrete beschrijving van de veiligheidsrisico's en de inschatting van de ernst daarvan, of de signalen van mogelijke radicalisering extern moeten worden gedeeld.

Het extern delen van de signalen van radicalisering is mogelijk als de jongere daarvoor toestemming geeft. Is er geen toestemming van de jongere (gevraagd of gekregen), dan is extern delen van de signalen alleen mogelijk als:

  • de signalen duiden op concrete, ernstige veiligheidsrisico's voor de jongere, zijn gezinsleden, de beroepskracht, of voor anderen, én:
  • het delen van informatie de enige weg is om deze veiligheidsrisico's te verminderen of weg te nemen.

Toelichting

Op basis van alle informatie die in de stappen 1 tot en met 3 is verzameld en van de inschatting van de veiligheidsrisico's in stap 4, besluit je of het noodzakelijk is om extern informatie te delen. In het algemeen hebben professionals in het jeugddomein toestemming van de jongere nodig om extern informatie te delen. Als er geen toestemming is gevraagd of verkregen, dan is extern delen van de signalen alleen mogelijk als de signalen duiden op ernstige veiligheidsrisico's die alleen door het delen van informatie kunnen worden verminderd of weggenomen. Er zijn zo ernstige veiligheidsrisico's dat je het niet voor jezelf kunt verantwoorden om te zwijgen. Er moet onmiddellijk worden ingegrepen, of de risico's moeten verder worden onderzocht zodat zo nodig kan worden ingegrepen.

Meer informatie over het verbreken van het beroepsgeheim. klik hier

Interne procedures
Het verschilt per instelling en per beroepsgroep welke functionaris binnen de instelling de beslissing neemt of er informatie extern gedeeld wordt. Volg op dit punt de interne procedures en betrek degene die de beslissing moet nemen zo spoedig mogelijk bij de verschillende stappen.

6. Bij extern delen: welke informatie en met wie?

Als extern delen van informatie noodzakelijk is in verband met de ernstige veiligheidsrisico's, beslis dan welke informatie moet worden gedeeld en aan wie deze moet worden verstrekt.

  • Wees zorgvuldig bij het verstrekken van informatie; volg de regels bij stap 1.
  • Beschrijf de stappen die je zelf al hebt gezet.
  • Verstrek niet meer informatie dan nodig is voor de vervolgacties.
  • Maak afspraken over een eventuele taakverdeling, wat doe je zelf en wat doen anderen?
  • Maak afspraken over een terugkoppeling: wanneer hoor je wat er is gedaan met de verstrekte informatie?

Toelichting

Er is geen algemene lijst van welke informatie wel en niet mag worden gedeeld. Het verschilt immers per casus welke informatie noodzakelijk is om te delen. Het doel van de informatieverstrekking is het verminderen of wegnemen van de veiligheidsrisico's.

Delen met wie?
Als je beslist dat je jouw informatie extern moet delen, dan is de volgende vraag aan welke organisatie je jouw informatie moet verstrekken en welke informatie deze organisatie nodig heeft om de signalen nader te onderzoeken en te verminderen of weg te nemen. Anders gezegd: het besluit dat er informatie moet worden gedeeld, betekent niet dat de informatie met iedereen kan worden gedeeld. Je moet goed nadenken wie er kan ingrijpen en welke informatie daarvoor nodig is.

Er is geen centraal meldpunt voor signalen van radicalisering. Bij ernstige veiligheidsrisico's ligt het vaak voor de hand om de informatie te delen met de politie en/of de ambtenaar openbare orde en veiligheid van de gemeente. Het is belangrijk dat de instelling waar je werkt een contactpersoon heeft bij de politie en bij de gemeente die je de weg kan wijzen naar de juiste afdeling of functionaris. Raadpleeg Platform JEP als niet duidelijk is bij wie je in de regio moet zijn met informatie over een mogelijk radicaliserende jongere.

Taakverdeling en terugkoppeling
Als informatie extern wordt gedeeld, maak je ook afspraken over de taakverdeling: wat wordt er van jou verwacht en wat gaat de ontvanger van de informatie doen? Daarnaast is het van belang dat er duidelijk afgesproken wordt of het voor de ontvanger van de informatie mogelijk is om een terugkoppeling te geven. Als dit het geval is, spreek dan af binnen welke termijn je hoort wat er met jouw informatie is gedaan.

Veiligheidsrisico's is een verzamelterm voor verschillende typen risico’s voor de veiligheid. Voorbeelden zijn risico's voor de veiligheid van de professional, de jongere zelf, van zijn ouders en broertjes en zusjes, van de omgeving (school, buurt, dorp, stad), en regionale en nationale veiligheid.