Waarom radicaliseert een jongere?

Er is geen eenduidig antwoord op de vraag waarom een jongere radicaliseert. Een radicaliseringsproces ontstaat niet zomaar. Vaak wordt het vraag-aanbodmodel van Colin Mellis gebruikt om het proces van radicalisering inzichtelijk te maken.

Vraag- en aanbodmodel

Tekst van figuur: Bewerking van het vraag-aanbodmodel voor het RecoRa project (Recognising radicalisation), 2008.

Vragen
Jongeren hebben identiteitsvragen, zoals: wie ben ik, bij welke groep hoor ik, wat is mijn rol bij het onrecht in de wereld, en wat kan ik betekenen? Ze zoeken en vinden antwoorden op die vragen. Bij ouders, leraren, peers (groepsgenoten) en op internet. In die zoektocht kunnen ze ook radicale antwoorden tegenkomen.

Voedingsbodem

Of een jongere vatbaar is voor deze radicale ideeën wordt mede bepaald door de voedingsbodem. Deze voedingsbodem bestaat uit een geheel van (elkaar beïnvloedende) persoonlijke en contextuele factoren. Verschillen kunnen optreden naar gelang leeftijd, geslacht en etniciteit. Ook sociale factoren, zoals gezinsomstandigheden, de vriendenkring en de sociale status binnen een groep of gemeenschap, kunnen van betekenis zijn. Sommige jongeren zijn gemakkelijker beïnvloedbaar of gevoeliger voor indoctrinatie. Dat kan ook te maken hebben met persoonlijkheidskenmerken of met (al dan niet tijdelijke) psychische problematiek.

De voedingsbodem voor radicalisering wordt meestal ook beïnvloed door persoonlijke ervaringen en de interpretaties daarvan. Een jongere kan zich vernederd, gefrustreerd, gediscrimineerd of onrechtvaardig behandeld voelen. Ten slotte is er de houding over de eigen situatie tegenover die van anderen of tegenover ‘de’ maatschappij. De ervaring van maatschappelijke achterstelling tegenover anderen, gevoelens van ‘relatieve deprivatie’, kan woekeren in de voedingsbodem van radicalisering.

Aanbod

Tegelijkertijd is er een actief aanbod van radicale ideologieën, online en offline. Dit aanbod staat niet los van de voedingsbodem. Extremistische groepen spelen met hun propaganda bewust in op de behoeften of kwetsbaarheden van jongeren. Het aanbod stimuleert veelal polarisatie door een zwart-wit- en wij-zij-denkpatroon aan te praten. Een allesomvattende en simpele wereldvisie is vaak aantrekkelijk voor zoekende jongeren. Zo'n visie geeft duidelijkheid over goed en kwaad en biedt zekerheid en houvast. Daarbij kunnen radicale groeperingen aantrekkelijk lijken voor jongeren omdat deze hen het gevoel geven weer ergens bij te horen en aan bij te dragen.

Cognitieve opening

Veel jongeren nemen kennis van radicale ‘spannende’ boodschappen, maar radicaliseren niet. Dat komt doordat zij weerbaar zijn. Ze kennen het verschil tussen goed en fout en gaan op andere manieren om met onrecht. Als weerbaarheid een knauw krijgt, kunnen ze vatbaar worden voor radicale boodschappen. Er ontstaat dan een cognitieve opening, waardoor een jongere eerder aangehangen (conventionele) ideeën verlaat en zich openstelt voor alternatieve perspectieven. Het proces van radicalisering is lang niet altijd een gestage ontwikkeling van gevoeligheid voor radicalisering tot een terroristische actie. Het proces kan onderweg versnellen, vertragen of helemaal omkeren.

Het proces kan worden beïnvloed door uitlokkende factoren: triggers of triggerevents. Denk aan ingrijpende gebeurtenissen, zoals de dood van een gezinslid, een relatiebreuk, verlies van werk of het ontmoeten van een radicale persoon.

Meer informatie

  • Puberaal, lastig of radicaliserend? – Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
  • Infographic Triggerfactoren — Expertise-unit Sociale Stabiliteit. Deze infographic laat zien welke triggerfactoren er zijn: concrete gebeurtenissen die het proces van radicalisering in gang kunnen zetten of kunnen versnellen.