Podcast: Wat als ik het mis heb?

De eerste podcast van Platform JEP heeft als thema: 'Wat als ik het mis heb?' Ruimte voor fouten, vragen, twijfel en nieuwsgierigheid: leren bij de aanpak van radicalisering. In buurtcentrum De Rietwijker ging JEP-adviseur Nora Hammidi in gesprek met innovatiedeskundige Suzanne Verdonschot, sportbuurtwerker Khalid Heyouf, en Annebregt Dijkman, deskundige in professionalisering en radicalisering.

v.l.n.r. Khalid Heyouf, Annebregt Dijkman, Suzanne Verdonschot en Nora Hammidi.

Stel je voor, je werkt met een jongere met wie het al een tijdje niet zo goed gaat op school. Je weet dat zijn ouders weinig tijd voor hem hebben. Hij zondert zich af, is veel aan het gamen en actief op internetfora. Op die fora, maar ook in de klas, zegt hij dingen als: het blanke ras is gewoon beter, als we nú niet in actie komen verdwijnen we. Is dit puberaal gedrag of kan er sprake zijn van radicalisering? Hoe ernstig is dit nou? En vooral: wat moet je er mee?

Het werken aan het voorkomen van extremisme betekent vaak dat je meer niet weet dan wel. Tegelijkertijd wordt er een druk gevoeld om het ‘goed’ te doen. Want wat als je het fout hebt en een jongere krijgt onterecht het label ‘potentiële extremist’. Of je deelt geen informatie en iemand wordt echt gewelddadig?

Hoe kan je ruimte maken voor het ‘niet weten’, voor leren en reflectie, bij de aanpak van radicalisering? Het gesprek is hieronder te luisteren of via SoundCloud.

Vijf tips uit de podcast

1. Maak ruimte voor leren tijdens het werk. Dat is nodig om tot nieuwe aanpakken te komen, om te innoveren. Leren in de klas, via een training, kan een beetje bijdragen voordat je aan de slag gaat, maar het echte leren gebeurt in de eigen werkomgeving. Geef tijd aan jongerenwerkers en hulpverleners om samen te reflecteren, en laat ze zelf invulling geven aan het ‘hoe’.

Khalid “Ik heb geleerd doordat ik reflecteerde. Door met deskundigen in gesprek te gaan, door supervisie en intervisie.”

Annebregt: “Er zijn drie dingen die goed werken om ruimte te maken voor het ‘niet weten’ bij de aanpak van radicalisering: Experimenteren - dus met kleine stappen uit proberen- , evalueren – klassieke evaluatie maar óók intervisie en even sparren met collega’s – en excellente professionals: wie zijn de mensen die op welk moment de juiste vaardigheden hebben? Daar hoort het comfortabel zijn met ‘niet weten’ bij”.

2. Leer om het uit te houden in het ‘niet weten’. Ergens onbekend mee zijn, kan ongemakkelijk voelen. Herken je ‘need for closure’ en handel er niet direct naar, blijf onderzoekend.

Suzanne: “Mensen hebben een ‘need for closure’: de behoefte om dingen te begrijpen, een antwoord ergens op te hebben. In een samenleving waarin we met lastige vraagstukken te maken hebben, zoals radicalisering maar ook Covid-19, wordt er een beroep gedaan op je bekwaamheid om ‘iets niet te weten’, om daar beter in te worden. Dus om de ‘need for closure’ minder aanwezig te laten zijn.”

3. Bedenk wat je al doet of kan doen op het moment dat je het niet weet. Wat is jouw ‘procesweten’? Dit is ook iets dat je kan ontdekken in collegiaal overleg, juist buiten de hectiek van alle dag om.

Suzanne: “Mensen op leidinggevende posities in grotere organisaties komen vaak in situaties terecht dat ze iets niet weten. Zij hebben ‘procesweten’ ontwikkeld: ze weten wat ze moeten doen op het moment dat ze het niet weten. Een wandeling maken, dilemma’s onder de loep nemen, intervisie, om advies vragen: dat zijn allemaal vormen van procesweten. Het is belangrijk om erachter te komen wat voor jou werkt.” (Zie ook de blog van Mara Spruyt over 'Omgaan met niet-weten: over duidingsdrang en ‘proces-weten’)

4. Geef het aan als je iets niet weet: dat is zeker bij complexe problemen normaal en nodig om tot een nieuwe aanpak te komen.

Annebregt: “Radicalisering is een wicked problem, een ongestructureerd probleem. Er zit geen kop en staart aan en er zijn geen vaststaande oplossingen. Als we dat herkennen, ontstaat er rust om samen te onderzoeken, in plaats van alles al te willen weten.”

5. Breng verschillende invalshoeken en perspectieven samen, zoals in dit gesprek het perspectief van een innovatiedeskundige, jongerenwerker en radicaliseringsexpert.

Verder lezen

'De radicaliseringsindustrie'. Van pionieren naar professionaliseren. Annebregt Dijkman, Amsterdam University Press (19 november 2020).
 
Nieuwsgierigheid op het werk. Beter presteren door fouten, vragen, twijfel en verwondering. Suzanne Verdonschot en Mara Spruyt, Kessels en Smith, The Learning Company (2015).
 

Podcast

De podcast van Platform JEP is te luisteren via SoundCloud of via het geluidsfragment hieronder.

Wat als ik het mis heb? Ruimte voor professionele oordeelsvorming

Vijf tips uit de podcast

1. Maak ruimte voor leren tijdens het werk. Dat is nodig om tot nieuwe aanpakken te komen, om te innoveren. Leren in de klas, via een training, kan een beetje bijdragen voordat je aan de slag gaat, maar het echte leren gebeurt in de eigen werkomgeving. Geef tijd aan jongerenwerkers en hulpverleners om samen te reflecteren, en laat ze zelf invulling geven aan het ‘hoe’.

Khalid “Ik heb geleerd doordat ik reflecteerde. Door met deskundigen in gesprek te gaan, door supervisie en intervisie.”

Annebregt: “Er zijn drie dingen die goed werken om ruimte te maken voor het ‘niet weten’ bij de aanpak van radicalisering: Experimenteren - dus met kleine stappen uit proberen- , evalueren – klassieke evaluatie maar óók intervisie en even sparren met collega’s – en excellente professionals: wie zijn de mensen die op welk moment de juiste vaardigheden hebben? Daar hoort het comfortabel zijn met ‘niet weten’ bij”.

2. Leer om het uit te houden in het ‘niet weten’. Ergens onbekend mee zijn, kan ongemakkelijk voelen. Herken je ‘need for closure’ en handel er niet direct naar, blijf onderzoekend.

Suzanne: “Mensen hebben een ‘need for closure’: de behoefte om dingen te begrijpen, een antwoord ergens op te hebben. In een samenleving waarin we met lastige vraagstukken te maken hebben, zoals radicalisering maar ook Covid-19, wordt er een beroep gedaan op je bekwaamheid om ‘iets niet te weten’, om daar beter in te worden. Dus om de ‘need for closure’ minder aanwezig te laten zijn.”

3. Bedenk wat je al doet of kan doen op het moment dat je het niet weet. Wat is jouw ‘procesweten’? Dit is ook iets dat je kan ontdekken in collegiaal overleg, juist buiten de hectiek van alle dag om.

Suzanne: “Mensen op leidinggevende posities in grotere organisaties komen vaak in situaties terecht dat ze iets niet weten. Zij hebben ‘procesweten’ ontwikkeld: ze weten wat ze moeten doen op het moment dat ze het niet weten. Een wandeling maken, dilemma’s onder de loep nemen, intervisie, om advies vragen: dat zijn allemaal vormen van procesweten. Het is belangrijk om erachter te komen wat voor jou werkt.” (Zie ook de blog van Mara Spruyt over 'Omgaan met niet-weten: over duidingsdrang en ‘proces-weten’)

4. Geef het aan als je iets niet weet: dat is zeker bij complexe problemen normaal en nodig om tot een nieuwe aanpak te komen. 

Annebregt: “Radicalisering is een wicked problem, een ongestructureerd probleem. Er zit geen kop en staart aan en er zijn geen vaststaande oplossingen. Als we dat herkennen, ontstaat er rust om samen te onderzoeken, in plaats van alles al te willen weten.”

5. Breng verschillende invalshoeken en perspectieven samen, zoals in dit gesprek het perspectief van een innovatiedeskundige, jongerenwerker en radicaliseringsexpert.

Poll

'Wat als ik het mis heb?' is de eerste podcast van Platform JEP. Graag horen we wat je van de podcast vindt.

De informatie in deze podcast is nuttig voor mijn werk

De podcast is voor mij een goede vorm om informatie te krijgen

Algemene waardering van de podcast

Beroep